26 maart 2026
De krant en de tegels
Twee verhalen uit mijn boek over hoe ik projecten versnelde. Beide keren per ongeluk.
Twee verhalen uit mijn boek over hoe ik projecten versnelde. Beide keren per ongeluk.
Ik was tweeëndertig. Jongste senior projectleider bij de gemeente Delft, en zo gefrustreerd over vijf jaar stilstand dat ik de spelregels vergat. Of misschien kende ik ze wel — maar dacht ik, arrogant als je bent op die leeftijd, dat deze keer de uitzondering de regel rechtvaardigde.
Schieoevers zat muurvast. De linkse partijen wilden revitalisatie én honderd procent bedrijventerrein. De VVD wilde dat elke MKB'er zijn plek behield. En wij van de gemeente? Iedereen die enigszins kon rekenen wist dat het financieel nooit zou lukken zonder tientallen miljoenen tekort in de grondexploitatie.
Iedereen wist het. Niemand zei het.
En toen belde de lokale krant. Of eigenlijk: ik had de journalist een sms gestuurd met mijn Nokia 8310 — ja, zo lang geleden is het — met het verzoek mij te bellen. Ze belde. Ik mailde mijn wethouder: "De krant wil een interview over Schieoevers. Zal ik het doen of doe jij het?" Zijn antwoord was zoals ik had verwacht én gehoopt: "Doe jij het maar, geen tijd."
En dus vertelde ik. Alles.
"We gaan arbeidsplaatsen als meetcriterium hanteren in plaats van vierkante meters," hoorde ik mezelf zeggen. "Dit wordt een creatief bedrijventerrein. Met horeca, broedplaatsen. Stapsgewijs lostrekken, omturnen — gewoon weer laten ademen." Het zou een gemengd woon-werkmilieu worden zoals de NDSM in Amsterdam. Ik klonk, eerlijk gezegd, alsof ik al maanden dit plan had uitgewerkt. In werkelijkheid formuleerde ik het grotendeels ter plekke.
Wat ik niet doorhad: ik had als ambtenaar zojuist het politieke narratief veranderd. Niet in een beleidsnota die maandenlang door inboxen zou sijpelen. Niet in een collegevergadering achter gesloten deuren. Maar in de krant. Bij het ontbijt. Voor iedereen leesbaar.
De dag erna zat ik in de gemeenteraad. De oppositie zei: "Wethouder, wat die meneer naast u wil — dat willen wij ook."
Mijn maag verkrampte.
De wethouder keek me aan met een blik die ik niet vergeet. "We moeten even schorsen." Vlak. Gecontroleerd. Maar ik zag haar kaken bewegen. Ze liepen naar de ruimte achter de raadzaal — die kleine zaal waar het echte werk gebeurt, waar hoofden rollen.
Ik bleef zitten. Raadsleden keken naar me, sommigen met iets van bewondering, anderen met het medelijden van iemand die een kind een mes ziet beetpakken. Ik staarde naar mijn handen en vroeg me af of ik maandag nog een bureau zou hebben.
Ze kwamen terug. Het project kwam los. Langzaam, moeizaam.
Later kreeg ik enorm op mijn falie, natuurlijk. Mijn directeur riep me bij zich. "Wessel, jij bent een typische borderliner. Altijd de behoefte om net over de grens te gaan. Als je niet al ontslag had genomen, had ik je nu op staande voet ontslagen."
Die woorden bleven hangen. Niet als dreiging. Als waarheid.
Acht jaar later stond ik aan de andere kant.
Ik was geen ambtenaar meer — dat werkte toch niet bij mij, ik was te bij-de-hand, wilde te graag, liep te vaak tegen de regels aan. Ik was ondernemer geworden. En ik had een plan. Een verwilderde midgetgolfbaan in het Westbroekpark in Den Haag zou een restaurant worden met een sociale zorgmoestuin. Groen, sociaal, ondernemerschap en zorg in één. Ik was er trots op. Te trots, achteraf.
De afdeling Groen was enthousiast. Maatschappelijke Zaken omarmde het. Maar de wethouder wilde me niet spreken — die was druk met het faciliteren van een vestiging van Legoland bij de Pier, wat me iets zegt over prioriteiten maar dat terzijde.
Drie jaar lang werd ik van het kastje naar de muur gestuurd. "Even geduld." "We zijn ermee bezig." "Er zijn wat procedures." De standaardzinnen van een bureaucratie die nee wil zeggen zonder het woord nee te gebruiken. Drieëndertig maanden waarin mijn spaargeld langzaam verdampte. Investeerders haakten af. Het team viel uiteen. Vrienden haakten af omdat je alleen nog maar over dat ene project praat — en dan ook nog eens zonder nieuwe ontwikkelingen.
Ik voelde aan den lijve wat vertraging betekent als je aan de andere kant staat. Niet de technische vertraging van procedures, maar de existentiële vertraging van een droom die wordt uitgesteld tot hij bijna sterft.
Dus wat doe je dan?
Als ambtenaar had ik de krant gebeld. Nu ging ik weer bovenlangs — maar anders. Het was verkiezingstijd. We nodigden alle fracties uit op de verwilderde midgetgolfbaan. Voor een fotomoment, officieel. Maar eerst moesten ze tillen. Tegels. Enorm veel tegels. Want we hadden geen budget, en een toekomstige zorgmoestuin heeft geen tegels nodig.
Ik zie het nog voor me: raadsleden in nette pakken en mantelpakjes, zwetend, bukkend, twintig kilo wegende tegels optillend. Een voor een. Een PvdA-fractievoorzitter met rode wangen. Een VVD'er die zijn colbert had uitgetrokken. Een GroenLinks-raadslid dat veel sterker was dan ze eruitzag. Ze lachten, vloekten zachtjes, maakten grappen over hoeveel tegels er in een gemiddeld coalitieakkoord gaan.
Die sympathie — dat samen bukken, tillen, zweten — deed iets wat duizend beleidsnota's niet hadden bereikt. Raadsvragen werden gesteld. Moties ingediend.
Vijf jaar later openden we Greens in the Park. Een restaurant met moestuin waar twintig mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt nu werken.
De prijs? Vijf jaar van mijn leven. Honderdduizenden euro's. Een relatie die kapotging onder de stress.
Twee keer liep ik vast. Twee keer vond ik een uitweg — de eerste keer door roekeloosheid, de tweede keer door wanhoop die ik achteraf 'strategie' ben gaan noemen.
Dit zijn twee verhalen uit mijn boek Ambtenaren met ballen, dat binnenkort verschijnt bij Haystack. Niet als handleiding. Eerder als eerlijk verslag van wat er gebeurt als iemand met te veel ongeduld en net genoeg overmoed een systeem binnenstapt dat gebouwd is op uitstel.
Want de echte vraag — die ik mezelf daarna ben gaan stellen — is niet hoe je het systeem omzeilt. De vraag is waarom het systeem zo gebouwd is dat omzeilen soms de enige optie lijkt.
Daar gaat het boek over.
Binnenkort bij Haystack. Meer weten of alvast op de lijst? 👉 www.tiessens.com/boek
Herken jij dit? Dat je eigenlijk wist dat je het niet zo hoorde te doen — maar het toch deed, omdat wachten erger voelde? Ik ben benieuwd naar jouw versie.