6 juni 2025
De stille crisis: waarom Nederlandse gemeenten leegbloeden
Er hing een vreemde sfeer in die vergaderzaal. Twintig stoelen, acht mensen. De projectmanager keek wat hulpeloos naar de lege plekken. "We hadden eigenlijk nog drie specialisten nodig," mompelde ze v
Er hing een vreemde sfeer in die vergaderzaal. Twintig stoelen, acht mensen. De projectmanager keek wat hulpeloos naar de lege plekken. "We hadden eigenlijk nog drie specialisten nodig," mompelde ze verontschuldigend. "Maar ja, die zijn er niet meer."
Die zijn er niet meer. Die zin echoot nog steeds na in mijn hoofd, weken later. Want het vat samen wat er stilletjes gebeurt in Nederlandse gemeenten: een leegloop die zo geleidelijk gaat dat we het bijna niet doorhebben. Tot je plotseling in een vergadering zit waar cruciale expertise gewoon... ontbreekt.
Ik zie het overal. Vacatures die maandenlang openstaan. Ambtenaren die weglopen naar de private sector. Teams die steeds meer ballen in de lucht moeten houden met steeds minder mensen. En ondertussen groeit de werkdruk, stijgt het ziekteverzuim, en worden de ambities alleen maar groter.
De harde waarheid in cijfers
Laten we het maar gewoon hardop zeggen: Nederlandse gemeenten zitten in een capaciteitscrisis. En niet zo'n beetje ook.
72% van alle VROM-vacatures – dat zijn de mensen die jouw vergunning behandelen, jouw bestemmingsplan opstellen, jouw gebiedsontwikkeling begeleiden – is moeilijk vervulbaar. Lees die zin nog eens. Drie van de vier cruciale posities kunnen niet worden ingevuld.
Het ziekteverzuim? Opgelopen naar 6,7%, met de grote steden op een schokkende 8,0%. Dat betekent dat van elke tien ambtenaren er bijna één thuis zit. Niet omdat ze lui zijn, maar omdat de werkdruk letterlijk ziek maakt.
En de kosten? 90% van de gemeenten noemt personeelstekort als hoofdreden waarom ze hun doelstellingen niet halen. We praten hier niet over een beetje achterloop – we praten over structureel falen van overheidsorganisaties omdat er simpelweg te weinig mensen zijn.
Maar hier wordt het pas echt cynisch: terwijl de capaciteit krimpt, groeit de opgave explosief. Klimaatadaptatie, energietransitie, woningbouwversnelling, participatie – allemaal bovenop de reguliere taken. Het is alsof je iemand vraagt om vijf ballen hoog te houden terwijl je er stiekem nog drie bijgooit.
Het leiderschap dat we missen
Eerlijk gezegd denk ik dat we het probleem verkeerd diagnosticeren. We roepen om meer geld, meer mensen, meer tijd. Maar volgens mij ligt de echte crisis dieper: in het soort leiderschap dat we wel of niet hebben.
Ik zie het verschil elke week. Projectleider A – laten we hem even 'Command & Control Karel' noemen – probeert alles zelf te doen. Controleert elk detail, bewaakt elke deadline, stuurt mensen aan als pionnen op een schaakbord. Zijn team? Uitgeput, gedemotiveerd, weggetrokken naar organisaties waar ze wél kunnen groeien.
Dan is er projectleider B – laten we haar 'Enabler Emma' noemen. Zij vraagt waar mensen tegenaan lopen. Ruimt obstakels weg. Geeft autonomie en vertrouwen. Haar team? Blijft. Groeit. Presteer beter, ook al zijn ze met minder mensen.
Het verschil tussen Karel en Emma? Emma begrijpt wat onderzoek al jaren laat zien: psychologische veiligheid is de belangrijkste voorspeller van teamprestatie. Mensen die zich veilig voelen om fouten te maken, vragen te stellen, en nieuwe ideeën te opperen, presteren gewoon beter. Ze worden ook minder ziek.
Maar psychologische veiligheid ontstaat niet door het af te roepen in een teammeeting. Het ontstaat door leiderschap dat zelf kwetsbaar durft te zijn. Door te zeggen "ik weet het ook niet" in plaats van te doen alsof je alle antwoorden hebt. Door credits weg te geven in plaats van naar je toe te trekken.
De paradox van level 5 leiderschap
Jim Collins noemt het "Level 5 Leadership" – leiders die persoonlijke bescheidenheid combineren met professionele wilskracht. Ze geven de eer weg bij succes en nemen de verantwoordelijkheid bij problemen. Het klinkt tegenstrijdig, maar het werkt.
Ik denk vaak aan de wethouder die me vorig jaar vertelde: "Ik heb geleerd dat leiderschap niet betekent dat ik alle antwoorden heb. Het betekent dat ik de juiste vragen stel en ruimte creëer voor anderen om te excelleren."
Die houding verspreidt zich. Teams gaan harder werken, niet omdat ze bang zijn voor hun baas, maar omdat ze niet willen teleurstellen iemand die zo duidelijk in hen investeert. Ze blijven langer, ook al worden ze weggelokt door headhunters.
Maar – en hier komt de pijnlijke waarheid – veel gemeentelijke leiders opereren nog steeds vanuit wat Brené Brown "armored leadership" noemt. Leiderschap vanuit angst, controle en perfectie. Ze dragen onzichtbare harnas: durven geen zwakte te tonen, geen fouten toe te geven, geen hulp te vragen.
Waarom goede mensen weggaan
Vorige maand sprak ik een senior beleidsmedewerker die na tien jaar de gemeente verliet voor een adviesbureau. "Het salaris was niet eens het belangrijkste," zei ze. "Het was de energie die uit me wegvloeide. Elke vergadering waarin we hetzelfde probleem voor de zoveelste keer bespraken. Elk plan dat weer in een la verdween. Elke keer dat nieuwe beleid werd aangekondigd zonder te vragen hoe we dat gingen uitvoeren met de mensen die we hadden."
Dat is het, denk ik. Mensen vertrekken niet alleen vanwege geld of werkdruk. Ze vertrekken omdat ze het gevoel hebben dat hun expertise niet gewaardeerd wordt. Omdat ze vastlopen in systemen die verandering tegenhouden in plaats van faciliteren. Omdat ze leiders zien die meer bezig zijn met hun eigen positie dan met het dienen van de gemeenschap.
En eerlijk? Ik begrijp het. Wie wil er nou werken in een omgeving waar je voortdurend het gevoel hebt tegen de stroom in te zwemmen?
De oplossing die we niet willen zien
Hier komt het ongemakkelijke deel. De oplossing voor de capaciteitscrisis ligt niet alleen in meer geld of meer mensen. Die helpen, natuurlijk. Maar de echte oplossing ligt in fundamenteel ander leiderschap.
Leiderschap dat psychologische veiligheid creëert. Dat mensen de ruimte geeft om te experimenteren, te falen, te leren. Dat ego opzij zet en echt luistert naar wat teams nodig hebben om te presteren.
Kijk naar Zwolle, waar zes gemeenten samenwerken onder één programmamanager in plaats van elk apart hun eigen expertise op te bouwen. Of naar Utrecht, waar publieke en private partijen al jaren samenwerken aan Wisselspoor – niet omdat het moet, maar omdat ze geloven in de kracht van gezamenlijke expertise.
Dit soort samenwerking ontstaat niet door beleid of structuren. Het ontstaat door leiderschap dat de moed heeft om controle los te laten en vertrouwen te geven.
Wat we morgen kunnen doen
Nou ja, wat kunnen we er praktisch aan doen? Een paar concrete suggesties:
Begin klein. Als je leidinggeeft, probeer dan volgende week één keer te beginnen met "Ik worstelde hiermee en zou graag jullie perspectief horen" in plaats van met een vooraf bedachte oplossing.
Investeer in mensen, niet in systemen. Die dure ICT-implementatie kan wachten. Investeer eerst in teamontwikkeling, coaching, en het creëren van psychologische veiligheid.
Stop met multitasking. Prioriteer. Durf "nee" te zeggen tegen nieuwe initiatieven als je team al overbelast is. Ja, dat is politiek moeilijk. Ja, dat betekent moeilijke gesprekken. Maar uitgeputte teams leveren uiteindelijk slechter werk af.
Geef credits weg. Systematisch. Bij elke presentatie aan het bestuur, noem namen van teamleden en hun specifieke bijdragen. Het kost niets en motiveert mensen enorm.
Maar bovenal: durf kwetsbaar te zijn. Geef toe wanneer je het antwoord niet weet. Vraag om hulp. Erken je fouten. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar het creëert ruimte waarin anderen kunnen groeien.
De keuze die voor ons ligt
We staan voor een keuze. We kunnen blijven roepen om meer geld en meer mensen – en ondertussen toekijken hoe onze beste talenten weglopen naar organisaties die wél begrijpen hoe je mensen motiveert en houdt.
Of we kunnen de moed opbrengen om onszelf in de spiegel te kijken en te vragen: welk soort leiderschap bieden wij? Creëren we omgevingen waarin mensen willen werken, groeien, excelleren? Of drijven we talent weg door vast te houden aan oude, uitgeputte manieren van leiden?
De capaciteitscrisis is real. De cijfers liegen niet. Maar volgens mij is het ook een kans – een kans om fundamenteel anders te gaan denken over leiderschap in de publieke sector.
Durven we die kans te grijpen?
Herken je dit in jouw organisatie? Welke verandering zou het grootste verschil maken? Ik ben benieuwd naar je ervaringen – en naar voorbeelden van leiderschap dat wél werkt. Mail me: wessel@tiessens.com.