← Voorbij de Stenen

24 maart 2025

De stille saboteurs van gebiedsontwikkeling

Een overzicht van de hindernissen die Nederlandse gebiedsontwikkeling vertragen – en waarom de oplossing misschien verrassend eenvoudig is.

De stille saboteurs van gebiedsontwikkeling

Een overzicht van de hindernissen die Nederlandse gebiedsontwikkeling vertragen – en waarom de oplossing misschien verrassend eenvoudig is.

Tussen de torenhoge stapels rapporten over de woningcrisis viel mijn oog vorige week op een bijzonder exemplaar : "Versnellen voorfase gebiedsontwikkelingen: hoe dan?" Het is een van die zeldzame documenten die eerlijk durft te zeggen waar het op staat. En wat blijkt? De oorzaken van vertraging zijn veel menselijker – en daarmee potentieel eenvoudiger op te lossen – dan de technocratische complexiteit die we er doorgaans aan toeschrijven.

Laat ik de belangrijkste inzichten voor je ontleden.

Het startende niet-begin Gebiedsontwikkeling kent zelden een duidelijk startmoment. De "voorfase" begint eigenlijk nergens en overal tegelijk, met initiatieven die komen uit gemeentelijke visies, marktpartijen of zelfs bewoners. Dit diffuse begin maakt het lastig om grip te krijgen op het proces – zoals proberen een drijfzand-kasteel te bouwen.

De tijd die niemand klokt Anders dan bij formele procedures bestaan er voor deze cruciale voorfase geen termijnen. Het is, zo stelt het rapport, een "vormvrije" periode waarin een eerste visie tot rijping moet komen. Dát kan kort duren, maar ook jaren aanslepen. En raad eens wat meestal gebeurt in Nederland?

De eeuwige looping "Gebiedsontwikkeling is geen lineair proces," merkt het rapport bijna terloops op. Maar wat betekent dat in de praktijk? Het betekent dat ontwikkelingen regelmatig meerdere passen achteruit zetten. Nieuwe verkiezingen, een vertrekkende wethouder, gewijzigde marktomstandigheden – en hop, we beginnen weer bij af. Geen wonder dat ontwikkelaars soms verzuchten dat ze langer wachten dan bouwen.

Het menselijk obstakel Wat mij trof – is hoe vaak het rapport benoemt dat de échte problemen menselijk van aard zijn. "Team en cultuur bepalender dan beleid en proces," staat er. En: "Zachte waarden in samenwerking niet te onderschatten." Dit zijn geen bijzaken maar hoofdingrediënten van vertraging of versnelling.

De vertrouwenscrisis In mijn ervaring is wantrouwen misschien wel de grootste vertragingsfactor. En ja, het rapport bevestigt dit: "Werk aan wederzijds begrip." En wat blijkt de oplossing? Niet nóg meer regels, procedures of waarborgen, maar juist: "Het inbouwen van excursies, etentjes etc. zowel met externe partijen als interne afdelingen." Simpel, maar o zo effectief.

De ontbrekende urgentie Er is iets fascinerends aan het feit dat projecten plotseling in een stroomversnelling kunnen raken wanneer alle betrokkenen dezelfde urgentie voelen. Of dat nu een subsidiedeadline is of maatschappelijke druk – gedeeld belang versnelt. Maar we zijn er, eerlijk gezegd, niet bijzonder goed in om die urgentie bewust te creëren en vast te houden.

Het stammenconflict Trouwens, wat me ook opviel in het rapport, is de erkenning van wat ik het 'interne stammenconflict' zou noemen. Grondzaken versus stedenbouw versus verkeer... En het advies? "Het bewust organiseren van cultuurclashes in het proces." Zo verfrissend om te lezen dat conflicten soms juist nodig zijn om tot helderheid te komen – in plaats van ze weg te polderen.

Regels vs moed

Maar wat moeten we met deze inzichten? Ik denk dat het rapport een impliciete conclusie bevat die we eigenlijk niet willen horen: veel vertragingen zijn niet het gevolg van onhandelbare complexiteit, maar van ons onvermogen om de menselijke kant van het proces goed te managen.

Of, zoals ik het een collega laatst hoorde zeggen: "We hebben niet te weinig regels, we hebben te weinig moed." Moed om keuzes te maken. Moed om te vertrouwen. Moed om los te laten. En ja, soms ook moed om de confrontatie aan te gaan en door te pakken.

Wat het rapport niet hardop zegt, maar wat ik na vijftien jaar in dit veld wel durf te stellen: misschien moeten we ophouden met doen alsof gebiedsontwikkeling een technisch vraagstuk is, en erkennen dat het in de kern een sociaal proces is. Een proces dat gaat over mensen en hun verhouding tot elkaar, tot risico's, tot verantwoordelijkheid.

En misschien ligt daar ook wel een deel van de oplossing. Niet in nóg meer technisch geschoolde projectmanagers of nóg beter uitgedachte procedures, maar in professionals die begrijpen dat vertrouwen, gedeelde urgentie en een beetje moed misschien wel onze belangrijkste gereedschappen zijn.

Hulp nodig?

Ik ben benieuwd: herken jij dit ook in jouw praktijk? En hoe zorg jij ervoor dat gebiedsontwikkeling méér wordt dan alleen vastgoed bouwen?

Trouwens, bij vastgelopen projecten waar die maatschappelijke component wel degelijk aanwezig is – daar help ik met alle plezier. Laten we samen dat 'window of opportunity' vinden. Mijn agenda staat open voor een goed gesprek over wat écht werkt.