← Voorbij de Stenen

14 december 2025

Het rapport Wennink is een geschenk. Maar wie durft het uit te pakken?

Waarom de scherpste diagnose van de Nederlandse economie in jaren alleen werkt als wij — ja, wij — ons eigen gedrag durven veranderen

Waarom de scherpste diagnose van de Nederlandse economie in jaren alleen werkt als wij — ja, wij — ons eigen gedrag durven veranderen

Vorige week werd het rapport-Wennink gepresenteerd. Ik heb het in één adem uitgelezen. Niet omdat het nieuwe feiten bevat — de meeste cijfers ken ik uit mijn dagelijkse werk, helaas. Maar omdat het eindelijk, zwart op wit, uitspreekt wat velen van ons al jaren voelen maar niet hardop durven zeggen.

Nederland loopt vast. In zijn eigen systemen. In zijn eigen procedures. In zichzelf.

Wat Wennink eigenlijk zegt

Oké, laat ik het even samenvatten voor wie niet de hele 158 pagina's doorworstelt.

De kernboodschap is simpel. En ontnuchterend. We hebben jaarlijks minimaal 1,5 tot 2 procent economische groei nodig om de stijgende kosten voor zorg, pensioenen, defensie en de energietransitie te kunnen dragen. Niet voor luxe. Niet voor verbetering. Puur voor behoud van wat we nu hebben.

De prognoses? Hooguit 0,9 procent. Dat klinkt als een klein verschil, maar reken even mee. Dat verschil — zo'n 0,6 tot 1,1 procentpunt per jaar — kost een gemiddeld huishouden over tien jaar duizenden euro's aan koopkracht. Per jaar.

En dan de bottlenecks. Tsja, waar zal ik beginnen. Het stikstofslot: dertig miljard euro economische schade. Veertienduizend bedrijven op een wachtlijst voor een stroomaansluiting. De innovatieparadox waarbij we wetenschappelijk excelleren maar commercieel achterblijven — van de twaalf quantum-unicorns wereldwijd is er niet één Nederlands. Niet één.

Eén quote uit het rapport neem ik sindsdien overal mee naartoe: "Wie technologisch niet meetelt, zit niet aan tafel — en wie niet aan tafel zit, staat op het menu."

Klinkt dramatisch. Is het ook.

Maar het meest waardevolle inzicht zit volgens mij verstopt in het voorwoord. Wennink schrijft: "We voelen het allemaal: besluiten komen te traag, regels stapelen zich op, en de energie om samen problemen op te lossen lijkt weg te lekken."

Die laatste woorden — de energie lijkt weg te lekken — dat raakt aan iets wat ik dagelijks tegenkom. In vergaderzalen, in projectteams, in gesprekken met ambtenaren die er kapot van zijn maar niet weten hoe het anders moet.

Negenentwintig aanbevelingen. En dan?

De commissie komt met een indrukwekkende waslijst van 29 aanbevelingen. Van stikstofdoorbraken tot een Nationaal Investeringsberaad. Van regulatory sandboxes tot een Commissaris Toekomstige Welvaart. Stuk voor stuk noodzakelijk, dat zeker.

Maar als ruimtelijk professional — iemand die elke week in de modder van vastgelopen projecten staat — bekruipt mij een ongemakkelijke vraag.

Waarom zou het dit keer wél lukken?

Hier zit volgens mij iets paradoxaals. We hebben de afgelopen decennia tálloze pogingen gezien om regeldruk te verminderen. Commissies. Taskforces. Digitaliseringsprogramma's. Dereguleringsgolven. En toch groeit de regeldruk gestaag door. Elke poging om regels te schrappen lijkt te resulteren in... nieuwe regels over hoe we regels moeten schrappen.

In Europa werken inmiddels meer mensen aan het naleven van regels dan aan innovatief onderzoek. Laat dat even bezinken.

Dit patroon suggereert dat we te maken hebben met iets wat dieper zit dan de regels zelf. Iets wat we niet oplossen met nóg een rapport. Hoe goed dat rapport ook is.

De aanbevelingen die ertoe doen — en wat ze van ons vragen

Goed. Voor iedereen die werkt in gebiedsontwikkeling, ruimtelijke ordening of projectmanagement bij de overheid heb ik de relevante aanbevelingen eruit gefilterd. De dingen die wij daadwerkelijk tegenkomen. In de praktijk. Op maandagochtend.

Ik heb ze in een tabel gezet — met in de rechterkolom wat dit vraagt van ons als professionals. Want daar wringt de schoen. Wennink zegt wát er moet gebeuren. Maar het hóe — dat moet van ons komen. Van jou en mij.

Wat dit van ons vraagt

Kijk nog eens naar die rechterkolom. Moed. Loslaten. Transparantie. Risico nemen. Ego opzij.

Dat is geen beleid. Dat is gedrag. Menselijk gedrag. Jouw gedrag. Mijn gedrag.

En daar wringt het. Want wat mij opviel bij het lezen van het rapport is dat de uitvoeringsagenda redelijk abstract blijft. Verander de regelgeving. Versnel de procedures. Investeer in infrastructuur. Prima. Noodzakelijk zelfs.

Maar de cruciale vraag blijft hangen. En niemand stelt hem hardop.

Hoe dan?

Hoe doorbreek je een cultuur van risicomijding die decénnia is ingesleten? Die in de muren van het gemeentehuis zit. In de procedures van de provincie. In de reflexen van de Raad van State.

Hoe creëer je vertrouwen tussen partijen die elkaar alleen kennen van bezwaarprocedures? Die jarenlang tegenover elkaar hebben gestaan. Die geleerd hebben dat de ander niet te vertrouwen is.

Hoe krijg je ambtenaren zover dat ze durven afwijken van de procedure als het resultaat daarom vraagt? Terwijl ze weten dat één fout hun carrière kan kosten.

De asymmetrie van verantwoording

Ik wil je iets vertellen wat het rapport benoemt maar niet echt uitwerkt. Een mechanisme dat ik de asymmetrie van verantwoording noem. En als je dit eenmaal ziet, zie je het overal.

Stel je voor. Je bent ambtenaar. Je past een regel toe en daardoor loopt een project vertraging op. Niemand belt je. Geen journalist aan de deur. Geen Kamervragen. Je hebt gedaan wat je moest doen.

Nu stel je voor dat je een uitzondering maakt. Je denkt mee. Je buigt een regel. Het project gaat door. En dan gaat het mis. De wethouder wordt aangesproken. De pers duikt erop. En jij? Jij staat in de krant. Jij draagt de consequenties.

Deze asymmetrie — de kans op straf bij actie versus de afwezigheid van straf bij passiviteit — leidt tot risicomijdend gedrag dat volkomen rationeel is vanuit het individu. Maar collectief desastreus uitpakt.

Wennink pleit terecht voor een cultuurverandering waarin risico's nemen wordt beloond. Maar hoe je die cultuurverandering realiseert — dat vraagt om véél meer dan beleidswijzigingen.

Dat vraagt om ander gedrag. Van jou. Van mij. Van de wethouder die zijn ambtenaar beschermt als het misgaat. Van de directeur die zegt: "Ik sta achter je beslissing, ook als het fout uitpakt."

Waar het écht om draait

Maar wat is zo frusterend is? de uitvoeringsagenda van Wennink werkt alleen — écht alleen — als wij bereid zijn om zelf te veranderen. De professionals in gebiedsontwikkeling. De projectleiders. De adviseurs. De ambtenaren. Jij. Ik.

Ik heb het over drie dingen.

Moed. Om resultaatverantwoording boven procedureverantwoording te stellen. Ook als dat risico's met zich meebrengt. Ook als collega's je vreemd aankijken. Ook als je leidinggevende vraagt: "Maar staat dat wel in het handboek?"

Transparantie. Om hardop te benoemen welke regels niet bijdragen aan het beoogde doel. Niet als klacht in de wandelgangen. Niet als cynische grap bij de koffiemachine. Maar als systematische feedback die het systeem kan verbeteren. Zwart op wit. In het overleg. Tegen je wethouder.

Leiderschap. Dat kwetsbaarheid durft te tonen. Want de doorbraak in een vastgelopen project komt zelden door harder duwen. Meer druk. Langere vergaderingen. Dikkere rapporten. De doorbraak komt doordat iemand durft te zeggen: "Ik heb een fout gemaakt. Ik heb jullie hulp nodig."

De routekaart en de reis

Het rapport-Wennink is een geschenk. Echt waar. Het legt met harde cijfers bloot wat we intuïtief voelen. De analyse klopt. De urgentie is terecht. De aanbevelingen zijn noodzakelijk.

Helaas voor ons: een analyse alleen verandert niets. Rapporten veranderen niets. Commissies veranderen niets. Nieuwe wetten veranderen niets.

Mensen veranderen dingen. Jij en ik.

Het echte werk is niet intellectueel maar praktisch. 1% inspiratie 99% transpiratie weet je nog? Het is de uitdaging om de abstracte analyse te vertalen naar concreet ander gedrag in concrete situaties. Maandagochtend. In de vergaderzaal. Bij de bezwaarprocedure. Aan de keukentafel met de bewoners.

Het is de uitdaging om te investeren in relaties terwijl de druk om te produceren hoog is. Om fouten te erkennen in een omgeving die fouten afstraft. Om risico te nemen terwijl je weet dat niemand je zal beschermen als het misgaat.

Wennink schrijft: "We hoeven het niet meer te bedenken. Laten we beginnen."

Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Maar beginnen vraagt meer dan politieke moed en bestuurlijke daadkracht. Het vraagt het lef om te erkennen dat we zélf onderdeel zijn van het systeem dat we proberen te veranderen. Dat onze eigen risicomijding bijdraagt aan de vertraging die we beklagen. Dat onze eigen neiging tot controle het vertrouwen ondermijnt dat we nodig hebben.

De routekaart ligt op tafel. Negenentwintig aanbevelingen. Helder. Concreet. Onderbouwd.

Maar de reis begint niet met het veranderen van regels.

Hij begint met het veranderen van onszelf.

En dat, beste lezer, is een stuk lastiger dan een nieuw rapport schrijven.

Herken je dit spanningsveld in je eigen werk? Ik ben benieuwd — waar loop jij vast op de kloof tussen analyse en uitvoering? Mail me: wessel@tiessens.com.