25 augustus 2025
Langs de Levada ontdekte ik waarom we anders moeten kijken.
Een vakantie gedachte
Een vakantie gedachte
Funchal, Madeira, twee weken geleden. Na vier uur wandelen langs een levada – zo'n smalle waterweg die door het berglandschap kronkelt – zit ik op een terras met een glas poncha. De lokale cocktail smaakt naar rum, honing en citroensap. Simpel, maar precies goed.
Mijn benen zijn moe, mijn hoofd eindelijk rustig. Portugal doet dat met je, merk ik. Het land dwingt je tot een ander tempo. Langzamer, dieper.
Dan die vertrouwde tik in mijn broekzak.
Ik had het echt geprobeerd, hoor. De hele vakantie. Telefoon in vliegtuigmodus, nieuwsapps gewist, offline leven. Maar telkens als ik dacht dat ik eruit was – een gesprek met Nederlandse medereiziger, een blik op iemands telefoonscherm – kwam die bekende cascade weer: politieke crisis, bestuurlijke chaos, alles gaat naar de knoppen.
Herkenbaar?
Eerlijk gezegd word ik er een beetje depressief van. Die constante stroom van slecht nieuws. Alsof we collectief hebben afgesproken dat pessimisme de enige serieuze manier van kijken is.
Maar weet je? Ik geloof het niet meer.
Het verhaal dat we blijven herhalen
Nederland keerde terug van vakantie met het gebruikelijke gevoel: de wereld valt uit elkaar. Weer coalitieperikelen, weer stampij over immigratie, weer doemverhalen over klimaat en economie. De vertrouwde mix van boosheid en angst die onze nieuwscyclus bepaalt.
En ik snap het wel. Crisis verkoopt nu eenmaal. Drama houdt mensen gekluisterd aan schermen. Een politicus die roept dat alles naar de gallemiezen gaat krijgt meer aandacht dan een ingenieur die rustig de toekomst aan het bouwen is.
Maar wat als we naar de verkeerde dingen kijken?
Wat als de interessantste ontwikkelingen juist plaatsvinden – buiten ons gezichtsveld?
Wat er echt gebeurde deze zomer
Want hier is wat er gebeurde terwijl wij op vakantie waren: 2025 begon stilletjes als het jaar waarin hernieuwbare energie definitief goedkoper werd dan fossiele brandstoffen. Niet door subsidies of beleid, maar gewoon door schaalvoordelen en innovatie.
De cijfers zijn – nou ja, best indrukwekkend eigenlijk. In januari alleen werden er wereldwijd meer zonnepanelen geplaatst dan in heel 2015. Chinese fabrieken produceren inmiddels zoveel batterijen dat de bottleneck niet meer geld is, maar lithium.
Alleen hoorde je daar niet veel over tussen de vakantiekiekjes en politieke drama's.
In Texas – ja, oliestaart Texas – kwam in de eerste maanden van dit jaar 89% van alle nieuwe elektriciteit van wind en zon. Nederlandse huishoudens betaalden deze winter gemiddeld 40% minder voor stroom dan vorig jaar. Niet door een of ander beleid, maar omdat hernieuwbare energie gewoon goedkoper is geworden.
En toch blijven we vooral horen over energiecrises.
De batterij-doorbraak waar niemand het over heeft
Hier wordt het volgens mij interessant. Terwijl politici nog steeds discussiëren over de haalbaarheid van elektrisch rijden, heeft de industrie dat probleem allang opgelost.
CATL – de grootste batterijfabrikant ter wereld – kondigde begin dit jaar aan dat hun nieuwe batterijen voor 45 euro per kilowattuur verkocht gaan worden. Ter vergelijking: dat maakt een elektrische auto structureel goedkoper dan benzine. Niet over tien jaar, maar nu.
BYD, die Chinese concurrent van Tesla, bouwde vorig jaar meer elektrische auto's dan BMW, Mercedes en Audi bij elkaar. Hun nieuwste batterij laadt in tien minuten van 10% naar 80%. Range anxiety? Dat probleem bestaat eigenlijk niet meer.
Maar de Nederlandse autobranche discussieert nog altijd over laadpalen.
Zie je het patroon?
Nederland rent harder dan het denkt
Trouwens, ook hier gebeurt meer dan we doorhebben. Vier weken geleden ging in Groningen de grootste waterstofinstallatie van Europa open. Vorige maand startte Vattenfall met een windpark voor de kust dat straks energie levert aan 2 miljoen huizen.
TenneT investeert dit jaar 8 miljard euro in nieuwe hoogspanningslijnen. Niet omdat het moet van Europa, maar omdat Nederlandse bedrijven zo hard groeien in groene technologie dat het elektriciteitsnet het niet bijbeent.
Bericht van de Gasunie. "We leggen het grootste waterstofnetwerk van Europa aan," vertellen ze. "Gewoon omdat het kan. Omdat er vraag naar is. Omdat het geld oplevert."
Dat haalt de voorpagina niet. Dat gaat niet viral op social media. Maar het gebeurt wel.
Waarom we steeds naar de verkeerde kant kijken
En hier zit denk ik de kern: we hebben onszelf geleerd om naar problemen te kijken, niet naar oplossingen. Naar wat kapot is, niet naar wat wordt opgebouwd. Naar politici die ruziën, niet naar mensen die maken.
Het zegt volgens mij iets over hoe we als samenleving naar verandering kijken. We vertrouwen meer op doemdenken dan op kunnen doen. We geloven eerder dat dingen misgaan dan dat ze lukken.
Maar kijk eens – echt kijken, bedoel ik – naar wat er om je heen gebouwd wordt.
In Almere draait de eerste wijk volledig op lokale energie. In Eindhoven maken ze van plastic afval vliegtuigbrandstof. In Amsterdam test PostNL bezorging met drones op zonne-energie.
Dit zijn geen toekomstfantasieën. Dit gebeurt. Hier, nu.
Een ongemakkelijke waarheid
En dan kom ik bij iets wat me al een tijdje dwars zit. Media, politiek, de publieke discussie – ze hebben er belang bij dat je ongerust bent. Angst en boosheid houden je aan het scherm gekluisterd. Ze genereren clicks, stemmen, aandacht.
Hoop daarentegen? Hoop stuurt je weg van schermen. De straat op, het werk in, de toekomst tegemoet. Hoop is slecht voor business als je leeft van mensen's negativiteit.
Daarom hoor je niet dat er dit jaar meer banen bijkwamen in duurzame energie dan in de hele fossiele sector. Daarom lees je niet dat Nederlandse startups meer kapitaal aantrekken dan ooit. Daarom weet niemand dat China – ja, China – voor het eerst CO2-uitstoot vermindert terwijl de economie groeit.
Want dat zijn verhalen die je niet aan je telefoon gekluisterd houden.
Terug naar die poncha
Ik zit weer op dat terras in Funchal. Dezelfde zon, hetzelfde uitzicht over de haven. Maar andere gedachten.
Het probleem is niet de wereld, denk ik. Het probleem is het verhaal dat we over de wereld vertellen. Het verhaal dat crisis normaal is en vooruitgang verdacht. Dat pessimisme realistisch is en optimisme naïef.
Maar wat als dat omgekeerd is? Wat als optimisme – gewoon kijken naar wat er daadwerkelijk gebeurt – de enige vorm van realisme is die er nog toe doet?
Want als je naar de cijfers kijkt, naar de innovaties, naar wat er werkelijk gebouwd wordt, dan is er maar één conclusie mogelijk. De toekomst wordt elke dag een beetje beter gebouwd. Gewoon, buiten het zicht van onze nieuwsfeed.
De vraag is niet of die transitie gaat lukken. Die loopt al. De vraag is of wij mee willen met het verhaal dat de werkelijkheid vertelt, of liever vasthouden aan de fiction op onze schermen.
Ik weet wel wat ik doe.