1 februari 2025
Participatie als Sleutel tot Succes: De lessen van Gil Penalosa voor de Haagse Omgevingsvisie.
Voorbij de C.A.V.E. people en mét de 'outsiders'
Voorbij de C.A.V.E. people en mét de 'outsiders'
Afgelopen zaterdag woonde ik de presentatie van de Omgevingsvisie 2050 van de gemeente Den Haag bij. Een visie die ons, professionals in de ruimtelijke ordening, uitdaagt om verder te kijken dan de traditionele planvorming en de complexiteit van het 'insider-outsider' dilemma in de ogen te staren. De keynote van Gil Penalosa, een internationaal gerenommeerd expert op het gebied van leefbare steden, vormde hierbij een inspirerende leidraad.
Penalosa’s verhaal raakte aan de kern van een problematiek die ik in mijn eerdere blogpost al aankaartte: de disbalans in participatie tussen de gevestigde orde, de ‘insiders’, en degenen die nog een plek in de stad moeten veroveren, de ‘outsiders’. De ‘insiders’, vaak ouderen of mensen met bezit, hebben immers concrete belangen te verdedigen: het uitzicht vanuit hun woning, hun parkeerplaats, de waarde van hun bezit. Veranderingen die deze belangen bedreigen, stuiten dan ook vaak op fel verzet. En hier stuiten we op de macht van de C.A.V.E. people: de Citizens Against Virtually Everything.
De C.A.V.E.-mentaliteit: Een Rem op Vooruitgang?
Deze groep is bijzonder effectief in het mobiliseren van weerstand. Ze zijn mondig, goed georganiseerd en weten de weg naar de inspraakprocedures feilloos te vinden. Begrijpelijk, want ze hebben iets te verliezen. Maar hun verzet, hoe legitiem de individuele zorgen ook mogen zijn, kan een rem zetten op noodzakelijke vernieuwing en verduurzaming van de stad. Ze houden, met succes, veel tegen, vanuit de onderbuik en angst voor verandering, die ze projecteren op de vermeende nadelen en niet op de feiten en onderzoeken.
Jongeren, starters, mensen zonder auto of koopwoning, de ‘outsiders’, hebben daarentegen veel te winnen bij een herziening van de status quo: betaalbare woningen, veilige fietsroutes, groene publieke ruimtes. Hun stem blijft echter vaak onderbelicht in de participatieprocessen. Waarom? Omdat ze simpelweg niet komen opdagen op de traditionele bewonersavonden. En laten we eerlijk zijn, wie heeft er zin in een avond vol PowerPoint-presentaties na een lange werkdag?
Dit gegeven wordt ondersteund door het werk van Daniel Kahneman, die aantoont dat de pijn van verlies sterker weegt dan het plezier van winst. De ‘insiders’ en de C.A.V.E. people zijn dan ook begrijpelijkerwijs meer gemotiveerd om hun verworvenheden te beschermen dan dat de ‘outsiders’ zijn om te strijden voor een abstracte toekomst. Penalosa reikte ons echter concrete handvatten aan om deze ‘aversie’ te overbruggen.
1. Maak de abstractie concreet: Schoolstraten als lichtend voorbeeld
Het is makkelijker om tegen iets concreets te zijn (bijvoorbeeld de dreigende verdwijning van een parkeerplaats) dan voor iets abstracts (bijvoorbeeld ‘duurzame mobiliteit’). Daarom moeten we de voordelen van de Omgevingsvisie 2050 zo tastbaar mogelijk maken. Penalosa noemde het voorbeeld van de schoolstraten in Parijs. Een concreet en succesvol voorbeeld waarbij de voordelen van een autovrije omgeving direct ervaren worden. In de spitsuren, wanneer de kinderen gebracht en gehaald worden, gebeuren te vaak ongelukken. Gestreste ouders in de auto botsen met onhandig fietsende kinderen. Door de straat tijdelijk af te sluiten voor auto's, creëer je een veilige omgeving voor kinderen en spoor je ouders aan om hun kinderen lopend of met de fiets naar school te brengen. En wat bleek? De logische vervolgstap was het vergroenen van de versteende straat. Zulke voorbeelden spreken tot de verbeelding en overtuigen meer dan abstracte toekomstvisies. De veiligheid voor kinderen weegt zwaarder dan het nadeel van een paar honderd meter omrijden of lopen.
2. Pilots als springplank voor acceptatie: De Autoluwe Zondagen van Bogota
Verandering roept vaak weerstand op, zeker als het de gevestigde orde betreft. Daarom is het slim om veranderingen stapsgewijs in te voeren, in de vorm van pilots. Door tijdelijke maatregelen te nemen, kunnen mensen de voordelen (en eventuele nadelen) zelf ervaren. Een succesvolle pilot kan vervolgens dienen als overtuigend argument voor permanente verandering. Penalosa inspireerde met het verhaal van de autoluwe zondagen in Bogota. Op die dagen worden alle straten en autowegen in de stad met 8 miljoen inwoners, afgesloten voor autoverkeer en zijn ze alleen toegankelijk voor fietsers en voetgangers. De inwoners ervoeren zo aan den lijve hoe prettig de stad is zonder smog en lawaai. Dit maakte de weg vrij voor meer autoluwe maatregelen in de rest van de week.
3. Luisteren naar de juiste stemmen: Het mislukte Salsa-feest
Participatie is cruciaal, maar dan wel op de juiste manier. We moeten ons niet blindstaren op de ‘usual suspects’ die toch al bij elke inspraakavond aanwezig zijn. We moeten de ‘outsiders’ actief opzoeken en hun stem een plek geven in de planvorming. Dat betekent de wijk in, gesprekken aangaan met jongerenorganisaties, en onderzoeken wat zij belangrijk vinden. Penalosa deelde een pijnlijk voorbeeld van ambtenaren die een park wilden opfleuren met een salsa-evenement, compleet met hapjes, drankjes en muziek. Goed bedoeld, maar de Midden-Amerikaanse omwonenden bleven massaal weg. Waarom? "Wij haten salsa, dat is iets Caribisch!" bleek uit navraag. Hadden de ambtenaren éérst geluisterd, dan hadden ze geweten dat een buurtbarbecue een schot in de roos was geweest. Dit laat zien dat je niet moet invullen wat mensen willen, maar het ze moet vragen.
De stad van de vrije tijd: Gelijke kansen voor de Schoonmaker en de Directeur
Penalosa benadrukte nog een cruciaal punt: richt je steden in voor de vrije tijd van mensen. Tijdens werktijd bevinden de directeur en de schoonmaker zich wellicht in hetzelfde gebouw, maar daarbuiten scheiden hun werelden. De directeur ontspant in zijn luxe villa met zwembad, de schoonmaker in zijn krappe, hete flat. Ongelijkheid die doorwerkt in de vrije tijd. Juist daarom moeten we investeren in hoogwaardige publieke voorzieningen, zoals parken, stranden en sportfaciliteiten, die voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht hun inkomen of sociale status.
De Haagse context:
De Omgevingsvisie 2050 biedt een uitgelezen kans om deze principes in de praktijk te brengen. Laten we concrete doelen stellen op het gebied van leefbaarheid, duurzaamheid en inclusie. Laten we experimenteren met nieuwe vormen van participatie, waarbij we de ‘outsiders’ actief betrekken. En laten we vooral niet blijven hangen in abstracte plannen, maar concrete stappen zetten. "Aim and shoot," zoals Penalosa het verwoordde.
Discussie:
Hoe kunnen we de stem van de ‘outsiders’ beter betrekken bij de ontwikkeling van Den Haag? Hoe doorbreken we de C.A.V.E.-mentaliteit en zorgen we voor een eerlijk speelveld? Welke concrete pilots, in navolging van de schoolstraten en autoluwe zondagen, zouden we in Den Haag kunnen starten om de stad leefbaarder en inclusiever te maken? Ik ben benieuwd naar jullie inzichten en ervaringen!