← Voorbij de Stenen

4 mei 2025

Ruimtelijke ordening in een tijd van STOER Beleid. Hoe kan het anders?

Het nieuwe PBL-rapport "Vier scenario's voor de inrichting van Nederland in 2050" kwam onlangs mijn LinkedIn-feed binnen. Het voelde voor mij als een soort kompas waar we op kunnen navigeren een een z

Ruimtelijke ordening in een tijd van STOER Beleid. Hoe kan het anders?

Het nieuwe PBL-rapport "Vier scenario's voor de inrichting van Nederland in 2050" kwam onlangs mijn LinkedIn-feed binnen. Het voelde voor mij als een soort kompas waar we op kunnen navigeren een een zeer onrustige tijd.

Wat ook triggerde was een reactie op een linkedin bericht. “het is makkelijk om langs de kant te staan”. Klopt natuurlijk. ik dacht hoe zou ik het dan aanpakken? Hieronder mijn aanpak. Werken met scenario’s en dan navigeren met regrets en no regrets.

Lees ze.

Vier wegen naar 2050: Wat staat er werkelijk op het spel?

Laat ik eens dieper in die scenario's duiken, want ze verdienen het om goed begrepen te worden. Ze zijn niet alleen maar theoretische exercities – ze gaan over echte paden die we als samenleving kunnen inslaan.

Scenario 1: Mondiaal Ondernemend – De hoogefficiënte metropool

Stap in een hyperloop in Rotterdam en je bent 10 minuten later in Utrecht. Je woont in een compact appartement in een 40 verdiepingen tellende toren met uitzicht over het stadspark. Je betaalt een flinke CO2-toeslag op je vliegticket naar New York, maar het internationale hoofdkantoor eist nu eenmaal je aanwezigheid.

Dit toekomstbeeld wordt gedreven door de overtuiging dat we economische groei kunnen blijven najagen, mits we de milieukosten eerlijk beprijzen. De Randstad verdicht tot één grote 'Middenstad' met internationale allure. Het landschap daarbuiten – het 'Kransland' – wordt efficiënt beheerd voor landbouw, natuur en recreatie.

Dit is een wereld van publiek-private samenwerking op grote schaal. De overheid investeert massaal in hoogwaardige infrastructuur, innovatieve kennisinstellingen en duurzame energieparken. Technologie is de grote redder, van verticale stadslandbouw tot kernfusie.

Maar wat me zorgen baart: de kloof tussen de mondige, mobiele hoogopgeleide professionals en degenen die achterblijven in het 'Kransland' wordt hier wel héél groot. En hoe rijm je ongebreidelde groei met planetaire grenzen? Vraag het kate Raworth maar eens.

Scenario 2: Snelle Wereld – De digitale nomaden

Je werkt drie dagen vanuit je tiny house in Drenthe, waar je je eigen groenten verbouwt. De andere dagen log je in op je VR-kantoor vanuit een co-living space in Rotterdam, waar je geniet van urban farming en deelmobiliteit. Je bestelt een zelfrijdende taxi via je neuro-implantaat, terwijl je kinderen home-schooling volgen in het metaverse.

Dit is de wereld waarin fysieke afstand steeds minder belangrijk wordt. We leven in digitale gemeenschappen meer dan in fysieke. Nederland verandert in een lappendeken van diverse woon- en werkmilieus, verbonden door digitale netwerken. De overheid faciliteert deze transformatie maar stuurt nauwelijks.

Ik zie elementen hiervan al ontstaan in de opkomst van digitale nomaden en rurale co-working spaces. Maar wat me oprecht zorgen baart: wie bepaalt de algoritmes die onze digitale leefwerelden vormgeven? En kunnen we in deze 'bubbels' nog wel de collectieve actie organiseren die nodig is voor klimaatadaptatie of energietransitie?

Scenario 3: Groen Land – Leven binnen grenzen

Je woont in een compact dorp, verbonden met de stad via een fijnmazig netwerk van lightrail. Je hebt nog 20 'planeetpunten' over voor deze maand, dus je besluit je vleesvoucher te bewaren en te kiezen voor een plantaardige maaltijd. Je buurman leent je zijn deelauto om naar het natuurinclusieve zorgcentrum te rijden waar je moeder woont.

Dit scenario stelt de ecologische grenzen centraal. Groei is niet langer het doel; we streven naar een 'post-groei economie' waarin we binnen planetaire grenzen leven. De overheid neemt een sturende rol en stuurt actief op consumptiepatronen, mobiliteitsgedrag en ruimtelijke inrichting.

De natuur is niet langer iets dat we 'beschermen', maar het fundament waarop we bouwen. Dat betekent: bouwen met natuurinclusieve materialen, water leidend maken in de ruimtelijke planning, en massale herbebossing.

Ik werk veel met corporaties en gemeenten, en ik merk dat dit scenario steeds meer aanhangers krijgt. Maar eerlijk? Ik vraag me af of we als individualistische cultuur écht bereid zijn om overheidsinterventie op deze schaal te accepteren. Durven we de consequenties van onze duurzaamheidsambities werkelijk onder ogen te zien?

Scenario 4: Regionaal Geworteld – De kracht van de gemeenschap

Je woont in een coöperatieve wijk waar jullie eigen energie opwekken en voedsel verbouwen. De lokale gemeenschap heeft de vervallen school getransformeerd tot multifunctioneel centrum met zorgcoöperatie, ambachtsateliers en een voedselhub. Je ziet dezelfde gezichten bij de energiecoöperatie, het schoolbestuur en de wijkraad.

Dit scenario draait om kleinschaligheid en gemeenschapszin. Niet de overheid of grote bedrijven, maar lokale coöperaties en burgerinitiatieven zijn de drijvende kracht. Nederland ontwikkelt zich tot een mozaïek van sterke regionale identiteiten.

Ik heb met dit soort initiatieven gewerkt in krimpgebieden – van voedselbossen tot wijkenergiecoöperaties – en de kracht ervan is enorm. De glimlach op het gezicht van een Groningse wijkbewoner die trots zijn zelf verbouwde tomaten deelt in het wijkrestaurant, zegt meer dan duizend beleidsrapporten.

Maar ik zie ook de grenzen. Want hoe ga je dan grootschalige uitdagingen aan, zoals klimaatadaptatie of een nationale waterstofbackbone? En hoe voorkom je dat die mooie gemeenschapszin omslaat in buitensluiting van 'vreemdelingen'?

Navigeren in onzekerheid.

We weten niet welke kant Nederland opgaat. Deze scenario’s zijn extreme hoekpunten van de ruimtelijke puzzel. Maar wat we wel kunnen doen is sturen op maatregelen waar we nooit spijt van krijgen en vermijden van maatregelen waar we wel spijt van krijgen in elk scenario.

No regrets: Wat we sowieso moeten doen, ongeacht het scenario

Als ik door mijn praktijkervaring en de scenario's heen kijk, zie ik een aantal bewegingen die in elk scenario waardevol zijn – de echte 'no regrets'.

  1. Transformeer bestaand bebouwd gebied – Of we nu kiezen voor verdichting of spreiding, hoogbouw of kleinschaligheid: we moeten zuiniger omgaan met onze schaarse ruimte. Het transformeren van bestaande gebieden (van kantoren tot binnenstedelijke bedrijventerreinen) is dus altijd een goed idee.
  2. Maak water en bodem leidend – Alle scenario's lopen vast als we de natuurlijke systemen negeren. De droogte van 2022 en de overstromingen in Limburg hebben ons geleerd: water moet structuurbepalend worden in onze ruimtelijke planning. Niet als belemmering, maar als ordenend principe.
  3. Bouw adaptief en modulair – In alle scenario's versnelt de verandering. Daarom moeten we bouwen voor veranderende behoeften: gebouwen die eenvoudig van functie kunnen wisselen, infrastructuur die kan meegroeien of krimpen, en systemen die kunnen worden aangepast.
  4. Investeer in collectieve mobiliteit – Of het nu gaat om hoogfrequente metrolijnen in de Middenstad of lightrail die dorpen verbindt in Groen Land: collectieve mobiliteit blijft essentieel. Auto's – zelfs elektrische – zijn simpelweg te ruimte-inefficiënt voor ons kleine, dichtbevolkte land.
  5. Bouw aan hybride democratie – In alle scenario's is de spanning tussen technische complexiteit en democratische legitimiteit een uitdaging. We moeten experimenteren met nieuwe vormen van betrokkenheid die diepgaande kennis combineren met brede participatie.

Regrets: Waar we direct mee moeten stoppen

Er zijn ook paden die we niet moeten inslaan – de echte 'regrets' die toekomstige generaties ons niet zullen vergeven:

  1. Bouwen zonder klimaatadaptatie – Nog altijd worden wijken gebouwd die niet voorbereid zijn op hittestress of extreme neerslag. Dit is collectieve zelfdestructie. Elke nieuwe ontwikkeling moet klimaatbestendig zijn – geen uitzonderingen meer.
  2. Versnipperen van het landschap – Het volbouwen van kleine stukjes groen tussen steden en dorpen creëert een gefragmenteerd landschap zonder ecologische of recreatieve waarde. We moeten kiezen: ofwel verdichten in de stad, ofwel grootschalige, robuuste landschapsontwikkeling.
  3. Sturen op korte termijn financiële opbrengsten – De obsessie met financieel rendement op korte termijn is dodelijk voor goede gebiedsontwikkeling. Maximale grondopbrengsten leiden tot minimale kwaliteit – en hoge maatschappelijke kosten op termijn.
  4. De participatieparadox voortzetten – We vragen bewoners te participeren als alle grote beslissingen al genomen zijn. Dit leidt tot frustratie en wantrouwen. We moeten stoppen met fake-participatie en kiezen: ofwel échte invloed aan de voorkant, ofwel eerlijk zijn dat bepaalde kaders al vastliggen.
  5. De mythe in stand houden dat alles kan – Misschien wel de grootste 'regret': dat we blijven doen alsof alle wensen en eisen ingewilligd kunnen worden. De realiteit is dat we voor harde keuzes staan. Niet alles kan overal – zeker niet in een land waar de ruimteclaims de beschikbare ruimte met 140% overstijgen.

Aan de knoppen draaien

Laatst zat ik in een workshop met drie wethouders, een corporatiedirecteur en twee bewoners. We keken naar de toekomst van een naoorlogse wijk. De wethouder riep enthousiast: "We willen hier verdichten én vergroenen én betaalbare woningen én klimaatadaptatie én..."

Ik onderbrak hem: "Wat is je prioriteit als je maar één ding kon kiezen?"

De stilte die volgde was veelzeggend. We zijn zo gewend geraakt aan het stapelen van ambities dat we vergeten zijn wat het betekent om echte keuzes te maken.

Dat is waarom deze PBL-scenario's zo waardevol zijn. Ze dwingen ons positie te kiezen. Ze maken duidelijk: je kunt niet tegelijkertijd maximaal inzetten op mondiale concurrentiekracht én lokale zelfvoorziening, op digitale supersnelheid én een onthaaste leefstijl.

Als ruimtelijke professionals zitten we aan de knoppen van dat mengpaneel voor Nederland 2050. Elke dag maken we keuzes die ons in de richting van één van deze scenario's duwen.

De vraag is niet óf we kiezen – we kiezen altijd, ook als we denken dat we het niet doen. De vraag is of we bewúst kiezen, met alle dilemma's en trade-offs die daarbij horen.

Dus: aan welke knoppen draai jij? En wie nodig je uit om mee te draaien?

Welk scenario spreekt jou het meest aan? Of zie je misschien een combinatie voor je? Deel je gedachten in de comments!