9 november 2025
Van schaarste naar overvloed: waarom we alles verkeerd denken over de energietransitie
We zitten met z'n allen naar een lege batterij-indicator te staren en denken: hoe gaan we dit redden? Maar wat als ik je vertel dat we niet naar een wereld van tekorten gaan, maar naar een wereld van
We zitten met z'n allen naar een lege batterij-indicator te staren en denken: hoe gaan we dit redden? Maar wat als ik je vertel dat we niet naar een wereld van tekorten gaan, maar naar een wereld van onvoorstelbare overvloed? Dat klinkt als wishful thinking. Totdat je naar de cijfers kijkt.
Vorige week zat ik in een vergadering over gebiedsontwikkeling. Iemand aan tafel – laten we hem Robert noemen – zei iets wat ik de laatste tijd vaker hoor: "Die energietransitie is mooi, maar het gaat gewoon niet lukken. Te duur, te complex, en niemand wil die windmolens in z'n achtertuin."
Iedereen knikte instemmend.
Ik sputterde tegen en probeerde de analyse van Tony Seba te vertellen, lukte me niet echt. daarom probeer ik het hieronder.
Waarom ik tegensputterde? niet omdat ik het oneens was met zijn observatie – hij heeft gelijk dat niemand windmolens wil. Maar omdat zijn hele frame verkeerd is. Robert denkt in schaarste. In tekorten. In: hoe gaan we met z'n allen minder gebruiken om de planeet te redden?
En dat denken de meeste mensen. Ik zie het in beleidsstukken, in de media, in gesprekken met bewoners. De energietransitie wordt gepresenteerd als een soort collectief vasten. Als een noodzakelijk kwaad. Als iets wat pijn gaat doen maar moet gebeuren.
Maar wat als dat hele verhaal – dat hele frame van schaarste en opoffering – gewoon volslagen achterhaald is?
Het moment waarop het kwartje viel
Ik kwam een paar jaar geleden het werk van Tony Seba tegen. Ken je hem? Silicon Valley-denker, Stanford-docent, iemand die al in 2014 voorspelde dat zonne-energie en elektrische auto's exponentieel zouden groeien. Iedereen noemde hem gek.
Nu blijkt hij grotendeels gelijk te hebben gehad. Sinds 2014 zijn de zonnekosten met 66% gedaald, batterijkosten met 78%. Elektrische auto's zijn nu even betaalbaar als benzineauto's. In 2024 bestond meer dan 65% van alle nieuwe energieproductie wereldwijd uit zonne-energie.
Maar goed, dat was nog niet het interessante.
Het interessante kwam toen ik zijn onderzoek voor Duitsland las. Seba en zijn team – RethinkX heet dat clubje – berekenden dat Duitsland tegen 2035 volledig van fossiele brandstoffen af kan zijn. Volledig. Alleen zon, wind en batterijen. Ze noemen dat SWB, Solar-Wind-Battery.
En hier komt het: voor minder geld dan het land nu uitgeeft aan fossiele brandstoffen.
Even slikken. Dit is geen dure transitie. Dit is goedkoper.
De physics van overvloed
Om te begrijpen wat er gaat gebeuren, moet je even je intuïtie uitschakelen. Want ons brein denkt lineair, en deze transitie is exponentieel. Ik merk het zelf ook – zelfs als je de cijfers kent, blijf je denken in het oude paradigma.
Stel je voor: je wilt een betrouwbaar elektriciteitssysteem bouwen, alleen met zon en wind. Probleem: de zon schijnt niet altijd, de wind waait niet altijd. Vooral in de winter heb je donkere, windstille weken. December. Januari. Die maanden waar we Nederlanders doorheen zuchten.
Oude denken zegt: "Zie je wel, het kan niet!"
Nieuwe denken zegt: "Oké, dan bouwen we overcapaciteit en opslag."
Hoeveel overcapaciteit? Ongeveer 3-4 keer je gemiddelde vraag. Dus niet 30 GW capaciteit voor 30 GW vraag, maar 90-120 GW capaciteit. Met grote batterijparken om een paar dagen te overbruggen.
Klinkt idioot duur?
Dat zou het zijn geweest met de prijzen van 2014. Maar nu? Zonne-energie is in de meeste delen van de wereld de goedkoopste vorm van elektriciteit. Ooit. In de geschiedenis van de mensheid. Goedkoper dan steenkool, dan gas, dan kernenergie.
En batterijen? Die volgen dezelfde curve. Exponentieel goedkoper, jaar na jaar.
Maar hier gebeurt iets magisch. Iets wat Seba "Stellar Energy" noemt – ik denk dat het een van de beste metaforen is die ik in jaren ben tegengekomen.
Want die overcapaciteit draait gewoon door.
Op zonnige, winderige dagen – en die heb je veel vaker dan donkere, windstille dagen – produceer je niet 100% van je behoefte. Je produceert 200%. 300%. Soms 400%.
En die elektriciteit? Die kost vrijwel niets. De marginale kosten zijn bijna nul. De zon stuurt geen rekening. De wind ook niet. Je hebt de panelen en turbines toch al gebouwd. Ze draaien gewoon door.
Zoals een ster.
Nederland: dichter bij overvloed dan je denkt
Laten we even naar onze eigen achtertuin kijken. Want ik hoor vaak – vooral van mensen die eigenlijk niet willen veranderen maar dat niet hardop durven zeggen – "Ja maar Nederland is te klein, te vol, te bewolkt."
Bullshit. Sorry. Maar het is gewoon niet waar.
Kijk naar de cijfers. In 2024 verbruikte Nederland ongeveer 111 TWh aan elektriciteit. We hebben nu 23,9 GW aan zonnecapaciteit. Offshore wind staat op 4,5 GW. Klinkt bescheiden, toch?
Maar dan dit: het aantal grootschalige batterijen verdubbelde in één jaar – van 40 naar 84 installaties. Opslagcapaciteit groeide met 81%. Van 343 naar 620 MWh.
Lees die cijfers nog eens. Verdubbeld in één jaar.
Dit is geen lineaire groei. Dit is exponentiële groei. Dit is het begin van een J-curve.
SolarPower Europe projecteert dat we tegen 2028 al 40 GW aan zonne-capaciteit hebben. Netbeheerders – die normaal gesproken behoorlijk conservatief zijn – denken aan 42-76 GW tegen 2030. Voor offshore wind mikken we op 21 GW tegen 2032, met ambities voor 70 GW in 2050.
Laten we even conservatief rekenen:
- 50 GW zon tegen 2030 × 900 vollasturen (we zijn bewolkt dus 45 TWh per jaar)
- 15 GW offshore wind × 4000 vollasturen = 60 TWh per jaar
- Samen: 105 TWh
Dat is 95% van ons huidige elektriciteitsverbruik. En dan tel ik onshore wind, biomassa en import nog niet eens mee.
De shift: van probleem naar voordeel
Vorig jaar werd in Nederland 3 TWh aan schone energie afgetopt. Weggegooid. Gewoon niet gebruikt. Genoeg om het hele land tien dagen van stroom te voorzien.
Ik las erover in een vakblad. De conclusie was: "Zie je wel, het net kan het niet aan! Gridcongestie! We moeten eerst het net uitbreiden voordat we meer zonnepanelen kunnen plaatsen!"
En eerlijk gezegd dacht ik eerst ook: ja, probleem. Grote problemen zelfs.
Maar wat als dat helemaal geen probleem is? Wat als het een voordeel is?
Dit is een van die momenten waarin je echt je denken moet omschakelen. Ik merk dat ik zelf ook moeite heb met dit soort paradigma-shifts – je bent je hele carrière opgeleid in schaarstedenken.
Denk aan wat er met informatie gebeurde. In 1990 kostte het fotokopieëren van een A4'tje geld. Een gulden of zo. Internationale telefonie kostte een vermogen. Mijn ouders belden maar één keer per maand naar familie in het buitenland, vijf minuten, op zondag als het goedkoper was.
Nu? Je kunt gratis videobellen met Australië terwijl je een pdf mailt en een Netflix-serie streamt. Tegelijkertijd. In de trein of achterin de auto.
De marginale kosten van informatie gingen naar nul. En wat gebeurde er? We kregen Google, Facebook, Spotify, Netflix, Uber, de hele app-economie. Businessmodellen die ondenkbaar waren toen informatie schaars en duur was.
Nou – en hier voelde ik zelf ook even dat "holy shit" moment toen ik het doorhad – dat gaat nu gebeuren met energie.
Die 3 TWh "verspilde" elektriciteit? Stel dat we die hadden gebruikt voor:
Direct winstgevend:
- Waterstofproductie (die kun je opslaan en exporteren naar Duitsland, dat staat te springen om groene waterstof)
- Datacenters (die nu naar IJsland en Scandinavië gaan voor goedkope energie – terwijl wij congestie hebben!)
- Verticale farms (kassen zonder gas, het hele jaar door sla verbouwen in industriële hallen)
- Desalinatie (zoetwater uit zeewater – klinkt nu gek, maar vraag over 10 jaar eens wat zoetwaterschaarste kost)
- Aluminiumsmelters, staalfabrieken (energievretende industrie komt terug naar Europa)
Indirect game-changing:
- Direct Air Capture (CO2 uit de lucht halen – wordt economisch bij goedkope stroom)
- Precision fermentation (melk en vlees maken zonder koeien – volgens Seba de volgende grote disruption)
- Bitcoin mining (ja, serieus – dat stabiliseert het net, vraag maar aan Texas)
Al die dingen worden economisch interessant als elektriciteit bijna gratis is voor grote delen van het jaar.
Snap je het? We noemen het nu "overproductie" en "verspilling". Maar het is het omgekeerde. Het is de bron van nieuwe welvaart.
De economie van overvloed
Hier wordt het voor ons werk als ruimtelijke planners interessant. Want dit verandert alles aan hoe we naar gebieden kijken.
Je plant niet meer voor schaarste. Je plant voor overvloed.
Industrieterreinen worden ineens aantrekkelijk op plekken met veel zon en wind – niet meer alleen op plekken met goede logistieke bereikbaarheid. Want de energiekosten domineren voor veel industrieën. Een aluminiumsmelter is basically een machine die elektriciteit omzet in aluminium. Als elektriciteit goedkoop is, is de locatie bij een windpark interessanter dan de locatie bij een snelwegknooppunt.
Woningbouw? Elk nieuw huis wordt een mini-energiecentrale met zonnepanelen en batterij. Niet uit ideologie, maar omdat het gewoon goedkoper is. De afschaffing van de salderingsregeling in 2027 – waar iedereen over klaagde – dwingt ons daar eigenlijk naartoe. En dat blijkt een zegen in vermomming te zijn.
Kantoorpanden? Die gigantische lege kantoorvlaktes waar we niet weten wat we mee moeten? Die worden datacenters in de zomer wanneer ze toch leegstaan, gebruikmakend van hun eigen zonnepanelen. Of vertical farms. Of waterstoffabrieken.
De fysieke wereld wordt flexibel. Adaptief. Intelligenter.
Volgens mij – en ik kan ernaast zitten, maar ik zie het steeds duidelijker – gaan we over vijf jaar terugkijken en denken: hoe konden we zo star denken over ruimtegebruik?
En dat brengt me bij wat er mis gaat met de discussie.
Waarom we vastlopen (en het niet hoeven te doen)
In die vergadering met Robert zei ik uiteindelijk: "Je hebt gelijk dat het moeilijk is. Maar niet om de redenen die jij denkt."
Technisch? Kan het. De technologie bestaat. Is bewezen. Werkt.
Economisch? Loont het. Het is goedkoper dan fossiel. Niet op termijn. Nu al.
We lopen vast op drie dingen.
Eén: ons eigen denken.
We blijven energie zien als schaars. Als duur. Als iets wat we moeten rantsoeneren. Terwijl de fysica zegt: je kunt overvloed hebben, als je het systeem maar anders bouwt.
Dit is trouwens niet zo gek. We zijn 150 jaar opgegroeid met fossiel denken. Met: olie is schaars, gas is eindig, elke kilowattuur kost geld. Dat zit diep. In onze planning, in onze regelgeving, in ons denken over wat mogelijk is.
Maar het is niet meer waar.
Twee: onze instituties.
Vergunningsprocedures die jaren duren. Netbeheerders die te langzaam uitbreiden – niet uit boosaardigheid, maar omdat hun planningscyclus is gebaseerd op 20 jaar geleden. Subsidieregelingen die worden afgeschaft zodra ze werken.
Voorbeeld: de residentiële zonnesector kromp met 70% in 2024. Zeventig procent. Omdat de regels veranderden. Omdat we zenuwachtig werden over de kosten. Terwijl het juist werkte.
We schieten onszelf in de voet. Steeds weer.
Drie: belangengroepen.
En hier word ik een beetje cynisch en pissig over, eerlijk gezegd.
De fossiele industrie, vliegverkeer, intensieve veehouderij – ze véchten niet meer tegen de transitie met argumenten over klimaat. Dat hebben ze verloren. Niemand gelooft dat meer.
Ze vechten met processuele vertragingen. Met "bezorgdheid over landschap". Met "maar de boer dan?". Met "het net kan het niet aan". Met "we moeten eerst dit onderzoeken". Met "laten we nog een commissie instellen".
En weet je wat het kwalijke is?
Dat werkt.
Want vertraging is voor hen winst. Elk jaar dat we niet overschakelen, is een jaar extra cashflow uit gas en olie. Elk jaar uitstel is voor Shell en ExxonMobil letterlijk miljarden waard.
Ze hoeven niet te winnen. Ze hoeven alleen maar te vertragen.
De Duitse les
Even terug naar Duitsland. Want daar zien we wat doorzetten oplevert.
Het Seba-team berekende: $113 miljard per jaar investeren, 15 jaar lang. Klinkt als waanzinnig veel geld. Maar – en dit is cruciaal – Duitsland geeft dat ongeveer al uit aan fossiele import.
Het verschil is: na die 15 jaar is Duitsland klaar. Energieonafhankelijk. Voor altijd. Geen import meer. Geen geopolitieke afhankelijkheid van Rusland, het Midden-Oosten, of wie dan ook. Honderden miljarden per jaar bespaard. Decennia lang.
Voor Nederland betekent dat, gecorrigeerd voor inwoneraantal, ongeveer €22 miljard per jaar. We geven nu al tientallen miljarden uit aan fossiele import – elke keer dat je tankt, vloeit er geld naar Saoedi-Arabië, Nigeria, Rusland (via omwegen).
Dit is geen kostenpost. Dit is een investering die zichzelf terugverdient.
En dan nog welvaart creëert ook. Want alle banen, alle economische activiteit, blijven in Europa in plaats van naar olieproducerende landen te gaan.
Maar het vereist wel een keuze. Nu.
2030 is overmorgen
Wat me motiveert – en ik hoop jou ook je dit leest – is het besef dat we op een kantelpunt zitten.
Exponentiële curves lijken eerst niks. Dan ineens alles.
Batterijopslag in Nederland: +260% in één jaar. Dat is geen toevallige uitzondering. Dat is geen tijdelijke piek. Dat is de onderkant van een J-curve.
We zijn nu waar we met smartphones waren in 2005. Iedereen wist: dit is de toekomst. Maar het was nog niet mainstream. Nokia domineerde nog. Mensen hadden een losse camera, losse mp3-speler, losse agenda.
Drie jaar later had iedereen een iPhone.
Met energie gebeurt hetzelfde. Alleen veel groter. Veel fundamenteler.
Over vijf jaar – 2030, dat is letterlijk overmorgen in beleidsland, we zijn nu met de plannen bezig die dan uitgerold worden – kunnen we:
- Volledig elektrisch rijden met Vehicle-to-Grid als back-up (je auto als batterij voor je huis en het net)
- Van het aardgas af zijn voor woningverwarming (warmtepompen, die nu al goedkoper zijn)
- Onze industrie draaien op schone stroom (en dus concurrerend zijn t.o.v. landen die dat niet doen)
- Netto energie-exporteur zijn (elektriciteit en waterstof naar Duitsland en België)
Of.
Of we kunnen aarzelen. Poldderen. "Alle partijen meenemen." Nog een onderzoek doen. Nog een pilotproject. Nog een commissie. Lobbies hun gang laten gaan.
En in 2030 achter de feiten aanlopen terwijl Duitsland, Denemarken en België de vruchten plukken van hun superabundante energiesystemen. Van hun goedkope industrie. Van hun innovatieve bedrijven die hele nieuwe sectoren creëren.
Dat is de keuze. En we maken hem. Nu. Deze jaren.
Wat ik Robert zou willen zeggen
Als ik die vergadering opnieuw zou doen – en ik hoop eigenlijk dat Robert dit leest, waar hij ook is – zou ik dit zeggen:
"Je hebt gelijk dat mensen geen windmolens willen. Mensen willen nooit verandering. Mensen wilden geen auto's (te gevaarlijk), geen treinen (te snel, tegen Gods wil), geen computers (te ingewikkeld, niemand heeft dat thuis nodig).
Ford zei: als ik mensen had gevraagd wat ze wilden, hadden ze gezegd 'snellere paarden'.
Maar mensen willen wel: goedkope energie, schone lucht, economische welvaart, technologische voorsprong, onafhankelijkheid van dictators die olie verkopen.
En hier is het mooie: met de energietransitie krijgen we dat allemaal. Niet ondanks, maar dankzij de overcapaciteit. Dankzij het 'overtollige' systeem dat we bouwen.
Dit is geen verhaal over minder. Dit is een verhaal over meer.
Meer energie. Meer mogelijkheden. Meer innovatie. Meer welvaart.
Als we durven.
Als we stoppen met denken in schaarste en beginnen met denken in overvloed.
Als we snappen dat die 'verspilde' 3 TWh niet het probleem is, maar de oplossing."